Skip to content

Leerstijlen

In boeken en op het Internet lees je dat iedereen heeft een persoonlijke leerstijl heeft.  Er zijn mensen die makkelijk leren door te lezen of te luisteren. Zij zijn auditief gericht. Sommige mensen zijn meer visueel gericht: zij profiteren meer van plaatjes, video’s en denken meer in beelden. Anderen leren door te doen, door er zelf mee aan de slag te gaan. Zij hebben een ‘kinesthetische leerstijl’. Zo zijn er nog veel meer onderverdelingen van leerstijlen te vinden: je hebt denkers en doeners, analytisch denkenden en globaal denkenden, ontdekkers en volgers van gebaande paden.

Voorstanders van leerstijlmodellen vinden dat docenten de leerstijlen van hun studenten moeten onderzoeken en hun onderwijs moeten aanpassen zodat elke leerling een voor zijn leerstijl optimaal onderwijsaanbod krijgt. Deze filosofie is zo ingeburgerd dat 96% van de Nederlandse docenten gelooft in de effectiviteit van onderwijs aangepast aan leerstijlen (Dekker e.a. 2012). Maar  …  het effect van onderwijs dat op maat gemaakt is voor de leerstijlen van leerlingen is vrijwel nul … (Hattie, 2012).

Gek is dat niet. Iedereen is wel eens vriendelijk en wel eens hard, wel eens openhartig en wel eens gesloten, wel eens nadenkend en wel eens impulsief. Je bent niet het een of het ander. Hoe je je gedraagt en hoe je handelt, hangt af van hoe je je voelt en van de situatie waarin je je bevindt. Bij het leren is dat precies zo. Sommige dingen leer je makkelijker door te kijken, andere door te doen of door te luisteren. En natuurlijk doe je vaak meer tegelijk: je kijkt én luistert. Je probeert het zelf, je kijkt hoe iemand anders het doet én je luistert naar wat de ander je vertelt.

Als je kapper wilt worden, zul je veel leren door te doen, maar je moet ook problemen leren oplossen. Daarover kun je veel leren door met de docent en je collega’s te praten.  Als je alleen kunt leren door zelf te doen, dan moet je ‘door ervaring wijs worden’, zoals het spreekwoord zegt. Maar gelukkig hoef je niet alle fouten zelf te maken: je kunt ook leren van fouten van anderen. Je kunt luisteren naar hun verhalen, of kijken naar YouTube filmpjes waarin je kunt zien hoe het niet moet. Je leert veel sneller en je wordt slimmer als je al je vaardigheden kunt inzetten: kijken en lezen, luisteren en praten, doen en nadoen.

Kortom: de goede docent laat leerlingen via alle zintuigen leren en belemmert hun leren niet door een persoonlijke leerstijl voor te schrijven. De goede docent zoekt bij elke leertaak een optimale mix van praatjes, plaatjes en daadjes.

Meer weten?

Youtube filmpje: Professor Daniel Willingham legt (in het Engels) uit dat leerstijlen niet bestaan:

 

Verwijzingen

  • Dekker, S., Lee, N.C., Howard-Jones, P., & Jolles, J. (2012). Neuromyths in education: Prevalence and predictors of misconceptions among teachers. Frontiers in psychology, 2012,  doi: 10.3389/fpsyg.2012.00429
  • Hattie, J. (2012). Visible learning for teachers: maximizing impact on learning. London, Routledge.
Scroll To Top