(c) Stephane Yaich

Thuis oefenen met lezen… Hoe overwin je de weerstand van je kind? Hoe houd je dat leuk? Wat moet je zelf wel en wat vooral niet doen? Je bent als ouder (meestal) geen leesspecialist… Nou, dat is ook helemaal niet nodig! De methode voorlezen-nalezen is plezierig voor ouder en kind. Je moet vooral veel duimen omhoog steken en heel weinig corrigeren…

Hoe werkt het?

Je kiest samen met je kind een boek dat hij/zij écht leuk vindt. Over een onderwerp wat hem of haar echt interesseert. Het moet een boek zijn dat eigenlijk te moeilijk voor het kind is om zelf te lezen. Twee of drie AVI-niveaus boven het eigen leesniveau is prima. Het mag een verhalend boek zijn of non-fictie, als het maar aansluit bij de belangstelling. Het moet iets zijn waarvan je kind zegt: ‘als ik goed kon lezen, zou ik dát willen lezen’.

Vervolgens lees je enkele zinnen voor. Doe dat in een normaal voorleestempo en met een goede intonatie en expressie. Daarmee laat je horen hoe ‘vloeiend lezen’ klinkt. Begin makkelijk,  bijvoorbeeld met 2-3 zinnen. Hierna leest het kind dezelfde zinnen na. De bedoeling is dat dat ook in een vlot tempo gebeurt. Hierna lees je de volgende paar zinnen voor, en het kind leest deze weer na. Zo lees je 10-15 minuten door: stukje voorlezen – nalezen, volgend stukje voorlezen – nalezen, etc. Op deze manier lees je met gemak een aantal bladzijden, misschien wel een heel hoofdstuk. De volgende dag ga je verder waar je bent gebleven en zo lees je door tot het boek uit is.

Hoe moet je dit begeleiden?

De bedoeling is dat je hierbij alleen maar positieve feedback geeft: duimen omhoog,  ‘heel goed gelezen!’, ‘super!’, ‘mooi voorgelezen!’ Dat mag je in het begin wel na elk stukje wat je kind nalas doen. Verbeteren of op fouten wijzen is nadrukkelijk niet de bedoeling. Doordat je leesfoutjes niet verbetert, krijgt je kind de kans om zichzelf te verbeteren (het heeft het stukje net voorgelezen gekregen, dus weet het vaak dat iets niet goed gelezen is). Verbetert het kind een foutje niet? Geen probleem. Laat maar zitten. Vooral niet op reageren. Het hoeft niet perfect te zijn, het gaat erom dat je ‘leeskilometers’ maakt. Je gedraagt je net als die schaatstrainer die niet gaat zitten zeuren over elke kleine misslag, maar enthousiast reageert op alles wat goed gaat.

Maar… wat als….

  • Wat als het kind een boek kiest dat meer dan 2-3 niveaus moeilijker is dan wat het zelfstandig kan lezen? Probeer het dan maar uit. Spreek met je kind af dat jullie het gaan proberen, en als het toch te moeilijk is, dat jullie dit boek nog even uitstellen. Begin met echt kleine stukjes voor- en na te lezen. Bijvoorbeeld 2 zinnen…
  • Wat als het te gemakkelijk is, wat als het kind de zinnen niet echt leest maar gewoon napapegaait? Dan lees je iets langere stukjes voor: in plaats van 2-3 zinnen bijvoorbeeld 4-5 zinnen.
  • En als het kind te langzaam blijft lezen? Als het te moeilijk is, lees dan een korter stukje voor. Het moet behoorlijk vlot gaan, het moet lukken! Als het kind niet goed vlot durft te lezen, zeg je: ‘probeer het maar vlot te lezen. Foutjes maken is helemaal niet erg.’
  • Het gaat goed, maar sommige woorden gaat hij/zij toch spellen… Je mag best helpen: zachtjes het begin van het woord meelezen, zelfs het woord voorzeggen. Voorzeggen is helemaal niet fout: je wilt graag dat het kind in de flow van het vlotte lezen blijft. Zorg dat het lukt!
  • Wat als een zin helemaal de mist ingaat; totaal fout wordt gelezen? Laat het kind het stukje eerst uitlezen. Daarna zeg je: ‘Lees die zin nog eens een keertje? Wat staat er precies?’ Waarschijnlijk leest het kind de zin dan goed, en kun je weer blij en enthousiast reageren.
  • Wat als het heel goed gaat? Dan mag je het stukje tekst dat je voorleest iets langer maken. Bijvoorbeeld 4 zinnen. Of nog iets meer.
  • Wat als je kind echt niet wil lezen? Stel een beloning in het vooruitzicht. Voor de inspanning die hij/zij doet, niet voor het resultaat. Dat kan van alles zijn: dat je na het samenlezen nog een stuk voorleest, dat je kind dan iets leuks mag doen, dat hij/zij nog even mag opblijven, mag kiezen wat jullie zaterdag eten. Of je kunt met een puntensysteem werken: als je kind 5 of 10 punten heeft gespaard, dan krijgt ie een afgesproken beloning. Belonen werkt! En je kunt het helemaal aan laten sluiten op je eigen opvoedprincipes.
  • Wat als het boek toch niet zo leuk is? Dan stop je en ga je een ander boek zoeken. Vraag het kind wat hij/zij wil lezen, vraag advies aan de kinderbibliothecaris of iemand met verstand van kinderboeken.
  • Wat als het boek zo leuk is dat je kind vraagt of je het volgende hoofdstuk nog voor wil lezen? Dan kun je dat gerust doen! Het gaat erom dat het samen lezen een fijne ervaring is.
  • Is het handig om met een potlood bij te wijzen? Ja, dat kan zeker, als het kind dat prettig vindt. Daarmee kun je ook het leestempo wat proberen te verhogen. Zeg dan: ‘probeer maar mee te lezen met het potlood.’  Ik ben niet zo voor het gebruik van een leeswijzer. Dat kan teveel het tempo afremmen. Zorg dat jij met het potlood het tempo bepaalt.
  • Hoe vaak moet ik dit doen? Vier tot vijf keer per week 15 minuten is perfect. Dat zet echt zoden aan de dijk!

Dus, wat zijn de principes?

  1. Spanning eraf, maak het samen lezen prettig en ontspannen voor allebei. Geen negatieve feedback, alleen positieve. Dit kan ook voor jou als ouder een heel fijne werkvorm zijn.
  2. Niet focussen op foutjes, die zijn niet belangrijk. Je wilt toch dat het kind vlotter gaat lezen? Dan moet je niet steeds op de rem trappen!
  3. Jij bent het ‘model’: je doet voor hoe het moet (goed leestempo, goede intonatie). Je kind probeert het ook zo te doen.
  4. Kilometers maken: door veel te oefenen wordt je kind een betere lezer!

Nog meer tips?

  • Maak er een vaste en prettige routine van: op een vast moment van de dag, liefst op een rustige plek. Genoeglijk met zijn tweeën.
  • Kies liever echte boeken dan losse teksten. Voordelen van leuke boeken zijn onder andere dat een kind de volgende dag graag verder wil lezen omdat het benieuwd is hoe het verhaal verder gaat en dat er steeds meer verhaalcontext bekend is, wat het lezen vergemakkelijkt.
  • Series zijn daarom ook aanraders: je neemt de bekende context van het vorige deel mee naar het nieuwe boek. Je hoeft er dan niet ‘in te komen’, je zit zo weer in het nieuwe verhaal.
  • Wil je kind vooral informatie over onderwerpen die hem/haar interesseren? Kijk eens op jeugdbieb.nl
  • Na het voor- en nalezen het kind voorlezen! Uit een ander heel leuk boek dat echt te moeilijk is om zelf te lezen. Of een stukje doorlezen in het boek wat jullie samen lezen.
  • Zoek je leuke boeken? vraag hulp in de bibliotheek, of kijk op websites zoals hetbestkinderboek.nl of kinderboeken.nl 

Veel succes!